Corona nam haar geur en smaak af: Annemarie (51) ruikt nu kattenpis, diesel of helemaal niets
AD.nl – 25-5-2026
Koffie ruikt naar oud frituurvet en er zijn dagen dat echt álles naar diesel of ammoniak ruikt. Door het coronavirus kreeg verslaggever Annemarie Sonnemans (51) haar smaak en geur niet meer terug. Behandelingen zijn er vrijwel niet. „Het gas staat nog aan!”
Het begon nog wel zo onschuldig, begin vorig jaar. Een droog hoestje, wat keelpijn en knallende koppijn. Maar een dag later lag ik er finaal af: corona. De thuistest was er duidelijk over. Vijf dagen lang was ik compleet van de wereld door het virus.
Na die vijf dagen leek het ergste leed geleden. Alleen mijn snotneus en hoofdpijn hielden nog even aan. Het verlies van mijn smaak en reuk ook. Niet piepen, dat komt vast wel goed, dacht ik in de eerste maanden na de besmetting nog. Mijn huisarts dacht dat ook.
Maar de lente in de lucht, de geur van een zomerse barbecue, je insmeren met zonnebrandcrème, vers gemaaid gras, versgebakken brood, zeelucht of chocola… al die heerlijke luchtjes waren ineens – poef! – weg. Mijn eerste kopje koffie spuugde ik uit. Het tweede eveneens. Góór!
Het kwam dus niet goed.
Miljoenen mensen wereldwijd
Al googelend op zoek naar houvast, herkenning en misschien iets van hoop dat dit ooit goed zou komen, kwam ik terecht bij een onderzoek van een groep Europese wetenschappers, waar ook Nederland aan meedoet.
Hun bevindingen zijn verre van bemoedigend: ‘Zelfs de meest voorzichtige schattingen wijzen erop dat miljoenen mensen aanhoudende reukbeperkingen ervaren.’ Dat klinkt niet best.
Ik behoor tot de 5 tot 20 procent van de mensen bij wie het verlies langdurig is (meer dan een jaar) en bij wie het virus blijvende reuk- en smaakschade heeft veroorzaakt.
Dat mijn reuk en smaak ‘stuk’ zijn, heeft meer impact op mijn dagelijks leven dan ik ooit had kunnen vermoeden. Vooropgesteld: ja, ik wéét dat er veel ergere dingen door het virus zijn veroorzaakt. Daarvoor hoef je alleen maar de verhalen van longcovidpatiënten te horen. Ik ga er niet dood aan en ik kan ‘normaal’ functioneren. Maar toch. Gezellig uit eten? Daar is dus niks meer aan als je niets proeft. Lekkere wijn verandert in bocht.
‘Ik sta erbij en kijk ernaar’
Sinds ik mijn reuk en smaak kwijt ben, ervaar ik de wereld om me heen anders. Alsof ik een toeschouwer achter glas ben. Ik sta erbij en kijk ernaar, maar echt deelnemen lukt niet.
En dat is heel herkenbaar, volgens de landelijke patiëntenvereniging Reuksmaakstoornis.nl. De patiëntenvereniging voor mensen van wie het reuk- en smaakvermogen is aangetast door griep, ernstig hoofdletsel of zware medische behandelingen, zoals chemotherapie, bestaat al 25 jaar.
Maar sinds de coronapandemie heeft de vereniging er een doelgroep bij, vertelt woordvoerster Tessa van Leeuwen. „We hoeven ons werk veel minder uit te leggen doordat het coronavirus zorgde voor reuk- en smaakverlies bij een veel grotere groep mensen.”
Desondanks zakt de maatschappelijke aandacht voor longcovidklachten steeds meer weg.
Dieselwalm en kattenpislucht
Van Leeuwen: „We zijn inmiddels zes jaar verder sinds de uitbraak. Voor veel mensen ligt die periode achter hen. Maar de groep patiënten die langdurige klachten ervaart, is sindsdien gegroeid.”
Zelf ken ik verder niemand in mijn omgeving. Maar als ik me aansluit bij de Facebookgroep ‘Reuk- en smaakverlies na covid’, zie ik dat die meer dan 10.000 leden heeft. En nog steeds komen er nieuwe mensen bij.
Logisch, zegt Van Leeuwen: „Er zijn in al die coronajaren miljoenen besmettingen geweest. Zo’n 60 procent van alle mensen die besmet raakt met het virus, krijgt te maken met een vorm van reuk- en smaakverlies. De meeste mensen herstellen binnen dagen, weken of maanden, maar bij een kleinere groep houden de klachten langer aan. Of volledig herstel in die gevallen mogelijk is, weten we nog niet zeker. Daarvoor is meer langlopend onderzoek nodig.”
De maanden dat ik helemaal niets ruik en proef, gaan na verloop van tijd over in perioden waarin er een gore dieselwalm, de lucht van oud frituurvet, intense kattenpislucht of een heftige chemische en zoetzure stank zich in mijn neus nestelt. En heel irritant: dagenlang blijft die geur hangen.
Vies, vreemd en vervormd
Buiten ‘even frisse lucht opsnuiven’ heeft geen zin. Waar ik ook ben, die lucht is er. Steeds meer producten ruiken ontzettend chemisch, rot of naar verbrand rubber. Wasverzachter, deodorant, shampoo: alles met een geurtje gaat rechtstreeks de kliko in. De luchtjes zijn niet te harden. Dan maar geen haar ‘met de geur van zijde en passievrucht’.
De gifbeker moet blijkbaar helemaal leeg: een deel van de patiënten krijgt na een aantal maanden te maken met parosmie, kakosmie en fantosmie. In normalemensentaal: geuren ruiken vies, vreemd of totaal vervormd. Of patiënten ruiken luchtjes die er helemaal niet zijn. Laat ik nou ook nét bij dat deel horen.
Volgens artsen kán dat het begin van herstel van het reukvermogen betekenen. Toch vind ik het nog geen pure winst. Sterker nog: de stank triggert hoofdpijn en vermoeidheid. „Ook deze fase heeft veel impact op patiënten”, zegt Van Leeuwen. Zeg dat, denk ik bij mezelf.
Gaslucht? Ruik ik niet
Zo merk ik, nadat ik voor de tweede keer mijn complete koelkast met een zwaar chemisch antibacterieel middel afsop, dat de stank die ik steeds ruik niet uit de koelkast komt, maar van het koffiezetapparaat ernaast. Verse koffie ruikt naar oud frituurvet of chemisch zoet.
Ronduit gevaarlijk wordt het als ik een keer vergeet het fornuis uit te draaien. Ik heb het geluk dat mijn man de gaslucht na een tijdje opmerkt. „Het gas staat nog aan! Ruik je dat niet?” Nee dus. Brandlucht ook niet.
Wat als ik zélf stink?
Minder ernstig, maar ook gedoe: hoe leg je je ‘handicap’ uit aan je omgeving? Het parfum van een collega bijvoorbeeld. Mag ik haar vragen om daar minder kwistig mee te zijn, of ben ik dan een zeur? Kan ik kantoortraktaties of lunches beleefd afwijzen omdat ik ze óf niet proef, óf ze smaken naar oude bakboter? Of is dat ongezellig? En aangezien ik mezelf ook niet meer ruik: kan ik anderen vragen mij te waarschuwen als blijkt dat ik zelf misschien niet limoentjesfris ruik?
Volgens woordvoerster Van Leeuwen wordt de impact van een reuk- en smaakstoornis erg onderschat. „Als patiëntenvereniging zien we het als een handicap, een serieuze beperking. Het gaat om veel méér dan niets ruiken of proeven.”
„Het heeft te maken met het wegvallen van veiligheid, met verlies van herinneringen en van levenskwaliteit en -vreugde. Mensen met een reuk- en smaakstoornis missen een belangrijk, prachtig zintuig. Geur is emotie. De omgeving realiseert zich dat niet of nauwelijks. Die vergeet het heel snel weer. Dat komt ook omdat het een onzichtbare aandoening is”, aldus Van Leeuwen.
Ruiken aan roos in een flesje
In de Facebookgroep lees ik dat sommigen baat hebben bij geurtherapie. Hiermee train je je hersenen om geuren weer waar te nemen en te herkennen. Dit doe je door regelmatig te oefenen: twee keer per dag ruik je ongeveer dertig seconden aan vier verschillende flesjes met geurolie.
Ik bestel een setje met roos (bloemig), kruidnagel (kruidig), eucalyptus (prikkelend) en citroen (citrus).
Volgens Van Leeuwen adviseren keel-, neus- en oorartsen om het ruiken aan de flesjes etherische olie minimaal 24 weken vol te houden. „Ook als je in het begin geen verbetering merkt, is het belangrijk om door te gaan.”
Mij lukt dat dus niet. Na enkele weken zonder resultaat denk ik: zoek het maar uit. De flesjes belanden achter in een kast.
Nu, ruim een jaar later proef ik de basissmaken zoet, zuur, zout en bitter weer iets meer, maar het maakt daarbij niet uit wát ik in mijn mond steek. Chocola? Smaakt zoet, maar niet anders dan vanillevla (ook zoet). Zo sáái.
Of het ooit beter wordt? Niemand die het echt weet. Kno-artsen en wetenschappers in binnen- en buitenland doen onderzoek, maar veel is nog onduidelijk. Arvid Kropveld, kno-arts in het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg, ziet op zijn spreekuur patiënten zoals ik.
Geurtraining stug voortzetten is ook wat deze specialist adviseert. „Door de aangetaste reukzenuwen in je neus te prikkelen en te trainen, stimuleer je je brein om de koppeling tussen de geur en de herinnering eraan te versterken.”
Knapperen, kruimelen en kraken
Heel veel meer is er niet aan te doen, is de conclusie. Kropveld: „Tussen de zes en twaalf maanden na de besmetting is er de meeste kans op herstel. Die eerste periode is het belangrijkst. Wie na ruim een jaar geen verbetering opmerkt, mag daar ook niet veel meer van verwachten.”
Dat betekent dat dit het is. Supersaai, superstom en als ik niet goed oplet ook gedoe en gevaarlijk. Maar er is één ding dat ik steeds meer leer te waarderen: de structuur van eten.
Als het knappert, kraakt of lekker kruimelt, ben ik al snel tevreden. De appelflap is mijn nieuwe favoriete snackje. En voor al het andere eten is er altijd nog de good old Maggi die de boel wat opfleurt.
Experimentele behandeling met eigen plasma
„We werden overspoeld met telefoontjes. Zoveel mensen wilden zich aanmelden voor de PRP-behandeling”, zegt een woordvoerster van het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft. Het ziekenhuis heeft daarom een patiëntenstop ingesteld. PRP staat voor platelet rich plasma, bloedplaatjesrijk plasma.
Het ziekenhuis kwam vorig jaar met de (experimentele) behandeling die mogelijk zou helpen bij mensen met reukverlies. Keel-, neus- en oorarts (kno-arts) Dick Kooper, oprichter van de reukpoli, past de methode als eerste in Nederland toe.
Er wordt bloed afgenomen bij de patiënt, waarna door middel van centrifugeren het plasma wordt gescheiden van de andere componenten. Het plasma is rijk aan bloedplaatjes (PRP) die stoffen bevatten die de genezing van weefsel ondersteunen. De arts injecteert dit in de neus, specifiek in het gebied van de reukzenuw (reukepitheel).
De eerste patiënten zijn inmiddels behandeld. De behandeling zit nog in de onderzoeksfase en is volgens het ziekenhuis niet de heilige graal. Vaak zijn er meerdere sessies nodig.
Bij een deel van de deelnemers is verbetering zichtbaar, bij anderen niet. Er is niet op voorhand te zeggen bij wie de behandeling aanslaat.
Lotgenotendag in Kaatsheuvel
Op zaterdag 30 mei houdt de patiëntenvereniging een (lotgenoten)bijeenkomst in Kaatsheuvel. Van 11.00 tot 14.00 uur zijn leden, niet-leden en belangstellenden welkom in restaurant De Roestelberg, aan de Roestelbergseweg 2.







